logo print  logo ocmw print

Cashbetalingen vanaf 1 december afgerond op 5 cent

maandag 25 november 2019
Vanaf 1 december 2019 moéten ondernemingen het totaalbedrag van elke betaling in cash (biljetten en munten) afronden naar de dichtstbijzijnde 0 of 5 cent. De munten van 1 en 2 cent blijven wel nog geldig als betaalmiddel.

Waarom afronden?

Muntstukken van 1 en 2 cent zijn erg duur om te maken (door de kost van grondstoffen, het slaan van de munten, het transport enzovoort). Bovendien worden ze weinig gebruikt. Ze blijven vaak in de portemonnee zitten of thuis in een schuif liggen. Daardoor moeten er voortdurend stukken van 1 en 2 cent bijgemaakt worden.

Door het afronden van cashbetalingen verplicht te maken, wil de Belgische overheid het aantal muntstukken van 1 en 2 cent in ons land verminderen. Een enquête gaf begin 2018 aan dat 8 op de 10 detailhandelaars en 7 op de 10 consumenten voorstander zijn van de afronding.

Hoe afronden?

Het totaalbedrag wordt afgerond naar het dichtste veelvoud van 5 cent, ofwel het lagere, ofwel het hogere:

  • 1 en 2 cent worden verlaagd naar 0 cent
  • 3 en 4 cent worden verhoogd tot 5 cent
  • 6 en 7 cent worden verlaagd naar 5 cent
  • 8 en 9 cent worden verhoogd tot 10 cent

Wat met de muntstukken van 1 en 2 cent?

Muntjes van 1 en 2 cent blijven een wettelijk betaalmiddel. Ze worden niet buiten omloop gesteld en verliezen hun waarde niet. Je kan ze dus nog altijd gebruiken en moet ze niét naar de bank terugbrengen.

Ondernemingen mogen de muntjes van 1 en 2 cent niet weigeren als betaalmiddel voor zover ze in een redelijke hoeveelheid gebruikt worden (maximaal 50 muntstukken per betaling). Net zo goed mag een consument de muntjes van 1 en 2 cent niet weigeren als wisselgeld.

Meer info over het afronden van cashbetalingen

Nieuwsoverzicht
Naar top